Levensbeschouwing

De Groeibijbel: een spannende bijbel voor tieners

Door Piet van Midden – predikant en docent Hebreeuws aan de Universiteit van Tilburg

Levende verhalen

‘Die Bijbel van u is veel spannender dan die van mijn vader’, zei een kind tegen haar opa. Dat klopte helemaal: opa liep zelf in het verhaal rond en nam zijn kleinkinderen daarin mee. Op die manier komen verhalen opnieuw tot leven. Dat laatste is het doel van de Groeibijbel: de verhalen een nieuw leven gunnen: een leven met jou.

Als je de Bijbeltekst onbegrijpelijk vindt, moet je die als verteller eerst glashelder hebben. Bijbelverhalen hebben je vooral iets te zeggen als je ze leest, in onderlinge samenhang vertelt en niet zomaar in korte stukjes op zakformaat bekijkt.

Grapjes en galgenhumor

Daarom is er verteld vanuit de Hebreeuwse en Griekse grondtekst, met alle aardigheid van dien. Want daarin wemelt het van de grapjes, ironie en galgenhumor en die zijn vaak in de Groeibijbel terechtgekomen. De doelleeftijd waaraan bij het schrijven steeds is gedacht, is die van de tieners. De taal is heel direct, maar daar groei je van.

Ontstaan van de Groeibijbel

De Groeibijbel is een project waaraan jaren is gewerkt vanuit de catechese en andere leeromgevingen. Het doel is op een aantrekkelijke manier en met aanstekelijke taal de Bijbelverhalen toegankelijk te maken voor tieners.

“Bijbelverhalen op een aantrekkelijke manier toegankelijk maken voor tieners”

Seks en geweld

Daarom zijn de verhalen opnieuw vanuit de grondtekst in hun samenhang verteld, inclusief allerlei teksten die over seks of geweld gaan en die doorgaans worden overgeslagen.
Het gaat dus niet om een ‘makkelijke vertaling’. De (on)toegankelijkheid van de Bijbel zit meestal niet in de taal, maar in de beelden waarin wordt gedacht. Die komen in de Groeibijbel heel dichtbij.

Bijbelverhalen

Het is een tamelijk ‘volledige’  bijbel, al moesten er uiteraard keuzes worden gemaakt. Naast de bekende verhalen uit Oude en Nieuwe Testament zijn bijvoorbeeld ook teksten uit de Psalmen, Prediker, Hooglied, Job en de Grote Profeten opgenomen. Bij de evangelies is gekozen voor Mattheüs met als aanvulling de beroemde verhalen uit Lucas, zoals het kerstverhaal en gelijkenissen zoals die van de Barmhartige Samaritaan en de Verloren Zoon. En heel bijzonder: het boek Openbaring is helemaal opnieuw verteld, vanuit een getallensymboliek.

NIEUW: De Groeibijbel

De Bijbel is een verhaal apart. Bij het lezen stap je een heel andere taal, tijd en wereld binnen. Is het eigenlijk wel een boek voor jonge mensen van nu? Piet van Midden vindt van wel. Hij vertelt de verhalen op een aanstekelijke manier en gaat zogenaamd ‘moeilijke’ teksten niet uit de weg. Voor je het weet loop je zelf rond in de verhalen. Voor kinderen vanaf 10 jaar.

Bestel De Groeibijbel in de webshop van Kwintessens voor € 29,99.

Deel viaTweet about this on TwitterShare on Facebook
In de klas

Fidget spinners: Gedragsregels in de klas

Door Ger Luttels, redacteur Kwink en Trefwoord en leerkracht VO

Fidget-spinners: welke gedragsregels voor Goed Gedrag komen daar bij kijken?
Stiekem en stil schuif ik onopvallend door het leslokaal naar achteren, tot achter de laatste rij brugklassers. Ik wil hen natuurlijk niet storen bij hun leesopdracht. Maar eigenlijk wil ik onzichtbaar zijn. Onzichtbaar voor Manou die nu twee rijen voor me zit en mij onmogelijk kan zien.

“Als Manou iets in haar handen heeft, kan ze zich beter concentreren.”

Fidget spinners in de klas

Voortdurend zit ze te rommelen met een of ander ding met wieltjes. Terwijl haar ogen gericht blijven op de tekst in het boek, geeft ze een slinger aan het ding en laat hem balanceren op de top van haar linker wijsvinger. ’t Hoort niet, vind ik. Dat gefriemel met spullen tijdens de les. Maar als je Manou iets wil afnemen, moet je haar op heterdaad betrappen. En dan nog moet je snel zijn. En dat ben ik vanmiddag. Met één snelle beweging kaap ik het speeltje voor haar neus weg. ‘Hé…!?’ zegt ze verrast, terwijl ze opkijkt. ‘Na de les, niet nu,’ zeg ik zachtjes tegen haar. Verontwaardigd draait ze haar hoofd weg, kijkt in haar boek … en binnen een minuut jongleert ze met haar balpen alsof het een gekrompen majorettestokje is.

Beter concentreren

‘Meneer, krijgt Manou haar spinner terug?’ Meike kan niet wachten tot de les voorbij is.

Goed Gedrag: voor een veilige school. Omgaan met fidget spinners

Bron: inmijnhum.nl / JufAnne2017

‘Jullie weten toch dat je niet moet zitten spelen met allerlei dingen tijdens de les?’ zeg ik.‘Maar een spinner is geen speeltje; je wordt er rustig van.’ Meike houdt vol, Manou blijft stil.

‘Als Manou iets in haar handen heeft, kan ze zich beter concentreren.’

‘Ja, dat is zo!’ Meike krijgt bijval, het gezicht van Manou klaart op, de klas is er ineens helemaal bij.

‘Vinden jullie dat dan niet storend?’ vraag ik. ‘En wat als iedereen hier dadelijk met spinners zit te jongleren? Of met jojo’s? Of een boemerang?’

Afspraken maken

‘Nou, misschien kunnen we daar iets over afspreken,’ zegt Meike. En op mijn ‘Doe maar eens een voorstel’ volgt spontaan intensief overleg. Nog voordat het lesuur voorbij is, zijn ze eruit: alleen spinners, alleen als het niemand stoort, en alleen voor kinderen die er rustig van worden. Te beginnen met Manou. We hebben een deal.

Regels

Er gebeurt veel in een school en om alles goed en prettig te laten verlopen kunnen regels heel handig zijn. Je weet waar je aan toe bent. Niet alleen de ouders en de leerkrachten maar ook de kinderen zelf vinden het fijn als iedereen zich goed gedraagt.

Goed gedrag in de klas

Nieuw lespakket voor gedragsregels op de basisschool: Goed Gedrag

Nieuw lespakket voor Goed Gedrag op de basisschool

Goed gedrag, dat is gedrag dat bijdraagt aan wat we samen belangrijk en waardevol vinden voor de groep als geheel. En als het nodig is, maken we daar afspraken over. Als we rust en concentratie belangrijk vinden, spreken we bijvoorbeeld af dat we niet met speeltjes in de les zitten te rommelen. Of zomaar tijdens een les door het lokaal gaan lopen.

Wat is normaal gedrag?

Zulke gedragsregels geven aan wat we normaal gedrag vinden. Het probleem is dat een norm altijd een soort algemeen gemiddelde aangeeft. Iets dat voor iedereen en overal als passend kan gelden. Maar door de ontwikkelingen met betrekking tot passend onderwijs zal er in de groepen steeds meer gedifferentieerd moeten worden. Ook wat regels voor goed gedrag betreft.

Manou, bijvoorbeeld, is geen gemiddeld meisje, volgens haar eigen klasgenoten. Dus bedenken ze samen een regel die beter is.

Goed gedrag, dat is gedrag dat bijdraagt aan wat we samen belangrijk en waardevol vinden voor de groep als geheel.

Zelf regels bedenken

Kinderen kunnen dat best zelf, regels bedenken voor goed gedrag. Mits er voldoende veiligheid wordt ervaren in de groep. Dat heb ik geleerd van een andere brugklas, waarin zonder morren door iedereen wordt geaccepteerd dat Wouter af en toe gewoon mag opstaan om even een ommetje door het lokaal te maken. Omdat Wouter dat nodig heeft, omdat iedereen dat van hem weet, omdat Wouter het fijn vindt dat iedereen het weet en: omdat het zorgt voor een prettige en veilige sfeer in de groep. Heerlijk, toch?

Tip: Goed Gedrag – Voor een veilige school

Goed Gedrag – Voor een veilige school is een nieuw lespakket van Kwintessens met 20 gedragsregels en 3 waardenlessen (over veiligheid, respect en verantwoordelijkheid). Het pakket bestaat uit 4 (dezelfde) handleidingen voor leerkrachten, en een usb-kaart met daarop 20 lijntekeningen en 20 posters. Het pakket biedt een concreet stappenplan voor ongewenst gedrag, en versterkt een sociaal veilig schoolklimaat.

Bekijk www.goedgedragopschool.nl voor meer informatie.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Deel viaTweet about this on TwitterShare on Facebook
Sociaal-emotioneel leren

Wet passend onderwijs

Door Marijne Sammels – Kwink-coach en moeder

Wet passend onderwijs op de basisschoolZittend op een parkbankje in de zon leg ik iedere keer weer de relatie met de ambulant begeleiding in passend onderwijs. Hoe dat komt? Ik zal het proberen uit te leggen. Als ik een lege bank tegenkom, ga ik automatisch in het midden zitten. Zit er al iemand op, dan zal ik op geruime afstand gaan zitten van die persoon. Komen er nog meer mensen bij dan zal er steeds opnieuw geschoven worden om de ruimte evenredig te verdelen. Totdat iedereen klemvast tegen elkaar aan komt te zitten: het bankje is vol.

Sinds de invoering van passend onderwijs is dat nu precies wat ik zie gebeuren. Het ‘bankje’ met leerlingen die begeleid worden door onze ambulant begeleiders is nu regelmatig overvol. Hoe komt dat toch?

Passend onderwijs

Met de komst van de Wet passend onderwijs is er veel veranderd. Het doel van passend onderwijs is dat er meer kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte opgevangen kunnen worden binnen het reguliere onderwijs. Dat betekent voor leerkrachten dat zij hun onderwijs moeten aanpassen aan meer leerlingen met zeer diverse hulpvragen. Met handelingsverlegenheid tot gevolg. De school bepaalt welke leerlingen extra hulp nodig hebben. Welke stappen de school moet zetten om externe hulp te krijgen voor een leerling is per samenwerkingsverband verschillend.

“Een voordeel van de nieuwe wet is dat ondersteuning voor veel meer leerlingen ingezet kan worden.”

Ambulante begeleiding

De externe hulp, bijvoorbeeld in de vorm van ambulante begeleiding vanuit het speciaal onderwijs, was voorheen exclusief voor rugzakleerlingen beschikbaar. Een voordeel van de nieuwe wet is nu dat deze ondersteuning voor veel meer leerlingen ingezet kan worden. De andere kant is echter dat dit betekent dat er daardoor per leerling minder tijd beschikbaar is.

Vroegtijdig stadium bijsturen

Vanuit de ambulant begeleiding is merkbaar dat waar hulp voorheen alleen ingezet werd  op de leerlingen met zware zorg er nu ook veel vragen zijn rondom leerlingen met mildere problematiek. Om te voorkomen dat er voor te veel leerlingen een beroep wordt gedaan op een externe deskundige is het dus van belang dat scholen problemen bij leerlingen in een vroegtijdig stadium bijsturen of liever nog, voorkomen.

Methodes voor goed gedrag

PBS piramide voor goed gedrag

bron: Schoolwide positive behavior support (SWPBS)

Naast het aanbieden van rekenen, taal en lezen is het dus van belang om expliciet aandacht te bieden aan het aanleren van goed gedrag en sociale vaardigheden. Een goede basis aanpak voorziet 90% van de leerlingen van de ondersteuning die ze nodig hebben. Methodes als School Wide Positive Behavior Support voor het aanleren van goed gedrag, Kwink voor het aanleren van goede sociale vaardigheden en Goed Gedrag voor gedragsregels kunnen hierbij helpen. Ook het inzetten van intervisie of collegiale consultatie kan een goed middel zijn.

Genoeg begeleidingsruimte per leerling

Bij de 10 % leerlingen die ondanks een goede basis aanpak toch meer ondersteuning nodig hebben kan een extra aanpak worden geboden in kleine groepjes. Hierbij kan als het nodig is een expert van buitenaf ondersteuning bieden. Bij de enkele leerling waarbij blijkt dat er intensievere hulp nodig is komt de externe expert begeleiden.

Op die manier zorg je als school ervoor dat het bankje met zorgleerlingen niet te vol wordt en dat er dus genoeg begeleidingsruimte per leerling overblijft.

Wet passend onderwijs in de klas

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Deel viaTweet about this on TwitterShare on Facebook
Geen categorie

Wie ziet mij?

Lynette de Ruijter – redacteur

Dinsdagmiddag. Ik wil niet kijken naar de tijd rechtsboven op mijn computerscherm, maar weet precies hoe laat het is. Iets na vijven. En dat betekent dat ik te laat ben. Om vijf uur had ik de computer moeten afsluiten, mijn hardloopkleding moeten aantrekken en vrolijk een rondje moeten gaan hardlopen. Maar ik heb geen zin. Ik denk dat het niet het goede moment is. Ik vind dat ik te moe ben. Ik verzin dat ik morgen…

Schema

stopwatch

Om kwart over vijf loop ik dan toch in mijn zwarte broek en knaloranje jack op paarse schoenen buiten. Mijn schema zegt twintig minuten achter elkaar hardlopen. Mijn lijf schreeuwt dat ik terug naar huis moet om op de bank neer te ploffen.
In mijn hoofd klinkt de stem van mijn hardloopjuf. ‘Het maakt niet uit of je je aan het schema kunt houden. Maar loop! Doe wat je kunt, Lynette.’
Ik start. Voorzichtig. Rustig. Wie weet komt zo de ‘runners high’ en ren ik moeiteloos die twintig minuten vol.
‘Concentreer je op je ademhaling,’ hoor ik mijn hardloopjuf weer zeggen. ‘Rol je voeten goed af. Dat voorkomt blessures. Als het zwaar is, ga dan langzamer.’

Hardloopjuf

Na dertien minuten ploeteren, moet ik echt stoppen. Mijn ademhaling schuurt in mijn luchtpijp. Mijn benen verzuren verschrikkelijk. Ik ben nog niet halverwege mijn rondje.
De opluchting die het stoppen zou moeten geven, blijft uit. Het duurt nog heel lang voor ik thuis ben. Blijf ik wandelen?
‘Probeer in ieder geval je hardloopminuten te maken. Ook als je tussendoor een keer moet stoppen.’ De juf blijft maar aanwijzingen geven in mijn hoofd. Ik vertrouw haar. Ze is professioneel en gebrand op blessurevrij hardlopen. Al haar kennis en kunde heb ik opgeslagen voor momenten als deze.

Zeven minuten

Lynette de Ruijter ' houdt' van hardlopen

Ik besluit de zeven hardloopminuten die ik nog moet maken in twee stukken te hakken. Eerst vier en na een minuut wandelen nog drie.
Rustig begin ik weer. Na minder dan een minuut kijk ik al op mijn horloge hoever ik ben. Teleurgesteld kijk ik voor me. Daar lopen een man en vrouw en kind en hond. Ik kom langzaam dichterbij. Ondertussen bedenkend dat ik ook helemaal kan stoppen. Misschien moet ik maar accepteren dat het vandaag gewoon niet lukt. Dan herken ik de man die voor me loop.

“Als het zwaar is, ga dan langzamer.”

Het is Xander de Buisonjé. Met bloedmooie vrouw, kind en hond.
Ik controleer mijn houding en buig mijn bovenlichaam verder naar voren. Dat is een actievere loophouding. Mijn voeten rol ik van hak tot teen zorgvuldig af. Het zweefmoment probeer ik mooi lang te maken. Ze horen mij nu aankomen. ‘Maak eens ruimte voor die snelle mevrouw,’ zegt Xander en maant zijn zoon aan de kant te gaan.
Nonchalant zegt ik: ‘Hoi!’ en ren voorbij.

Stoppen?

Zonder dat het opvalt spiek ik op mijn horloge. Tweeënhalve minuut. Geen haar op mijn hoofd die nu aan stoppen denkt. Zo elegant mogelijk maak ik de vier minuten vol. Dan ben ik uit hun zicht en ga een minuutje wandelen.finish
Hoe knerp ik die laatste drie minuten er nog uit? denk ik. Ik begin maar gewoon. Er komt me een wandelaar tegemoet. Bij het langslopen zegt hij: ‘Goed bezig.’
Ik lach dankbaar. Het compliment geeft me de brandstof voor die laatste drie minuten.
Moe maar voldaan kom ik thuis. Het is me gelukt. Dankzij de instructieve lessen van mijn bevlogen hardloopjuf én toevallige passanten die me stimuleerden om het geleerde in de praktijk te brengen.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Deel viaTweet about this on TwitterShare on Facebook
Sociaal-emotioneel leren

Heksensoep en helikopterouders

Het groene schoolplein als oefenplaats voor sociaal gedrag

Door Ger Luttels, zelf leerkracht en redacteur Kwintessens

Het groene schoolplein

Kleddernatte T-shirts, moddervegen op gezichtjes en rode schrammen op de armen. Zo kunnen onze kinderen eruitzien als schoolpleinen worden omgetoverd tot groene speelplaatsen. Tegels en stenen muurtjes maken plaats voor struiken, zand, boomstammen en waterpartijen. Kinderen leren meer en beter leren in een natuurlijke omgeving. Spieren worden geactiveerd, creativiteit wordt geprikkeld. Riviertjes worden aangelegd en meteen weer omgelegd en met bladeren wordt heksensoep gekookt. Op enkele honderden scholen in Nederland wordt dit recept inmiddels al toegepast onder de noemer ‘het groene schoolplein’.

“Spieren worden geactiveerd, creativiteit wordt geprikkeld.”

Beter leren na buitenspelen

De Petrusschool in Rijswijk heeft al een groen schoolplein, met o.a. moestuinen

De Petrusschool in Rijswijk heeft al een groen schoolplein, met o.a. een moestuin

Het is even wennen, voor de kinderen en de leerkrachten. Maar vooral voor ouders die niet happig zijn op vieze kleren of bang zijn voor uitglijders en valpartijen. Toch werkt het. Onderzoeken geven aan dat kinderen beter leren na het buitenspelen. Ze worden niet alleen fysiek actief, maar ook sociaal-emotioneel. Er moet onderhandeld worden over wie wanneer op welke boomstam mag klauteren en wie daarbij mag of zelfs moet helpen. En er is minder ruzie omdat kinderen er zelf onderling eerder uitkomen.

WAK-model

Het groene schoolplein past in een bredere ontwikkeling van meer risico’s durven nemen, niet te bang zijn en grotere zelfstandigheid in opvoeding en onderwijs. Kinderen moeten hun neus kunnen stoten en fouten mogen maken. Kinderen moeten, bijvoorbeeld in conflictsituaties, zelf leren ontdekken wat werkt: weglopen, aanpakken of knokken (WAK-model).

Het groene schoolplein

Bron: Anmec.nl

Ruzies, pijn, teleurstellingen: ook dat hoort allemaal bij het leven. En daarmee zul je moeten leren omgaan. Met helikopterouders die hun kind het liefst overal en tot in het extreme willen volgen en beschermen, zijn kinderen waarschijnlijk slechter af.
Heeft de pedagoog die roept ‘Gevaar is goed!’ dan gelijk? Och, ook een heksensoep wordt nooit zo heet gegeten als zij wordt opgediend.

Tip: SEL, sociaal-emotioneel leren als basis

Kinderen die sociaal-emotioneel goed in hun vel zitten gaan ook beter rekenen, lezen en schrijven. In het boek ‘SEL, sociaal-emotioneel leren als basis’ maakt gedragsdeskundige dr. Kees van Overveld aan de hand van concrete, herkenbare schoolsituaties duidelijk hoe je als team systematisch met SEL aan de slag kunt gaan. SEL werkt preventief en draagt bij aan een positieve en veilige sfeer op school. Ook het hierboven genoemde WAK-model wordt in dit boek beschreven en toegepast.

SEL

Het boek SEL is een aanrader voor alle leerkrachten in het basisonderwijs

Het boek van Kees van Overveld SEL. Sociaal-emotioneel leren als basis is verkrijgbaar in de webshop van Kwintessens voor € 19,95. Voor meer informatie klik hier

 

Deel viaTweet about this on TwitterShare on Facebook