Sociaal-emotioneel leren

Wet passend onderwijs

Door Marijne Sammels – Kwink-coach en moeder

Wet passend onderwijs op de basisschoolZittend op een parkbankje in de zon leg ik iedere keer weer de relatie met de ambulant begeleiding in passend onderwijs. Hoe dat komt? Ik zal het proberen uit te leggen. Als ik een lege bank tegenkom, ga ik automatisch in het midden zitten. Zit er al iemand op, dan zal ik op geruime afstand gaan zitten van die persoon. Komen er nog meer mensen bij dan zal er steeds opnieuw geschoven worden om de ruimte evenredig te verdelen. Totdat iedereen klemvast tegen elkaar aan komt te zitten: het bankje is vol.

Sinds de invoering van passend onderwijs is dat nu precies wat ik zie gebeuren. Het ‘bankje’ met leerlingen die begeleid worden door onze ambulant begeleiders is nu regelmatig overvol. Hoe komt dat toch?

Passend onderwijs

Met de komst van de Wet passend onderwijs is er veel veranderd. Het doel van passend onderwijs is dat er meer kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte opgevangen kunnen worden binnen het reguliere onderwijs. Dat betekent voor leerkrachten dat zij hun onderwijs moeten aanpassen aan meer leerlingen met zeer diverse hulpvragen. Met handelingsverlegenheid tot gevolg. De school bepaalt welke leerlingen extra hulp nodig hebben. Welke stappen de school moet zetten om externe hulp te krijgen voor een leerling is per samenwerkingsverband verschillend.

“Een voordeel van de nieuwe wet is dat ondersteuning voor veel meer leerlingen ingezet kan worden.”

Ambulante begeleiding

De externe hulp, bijvoorbeeld in de vorm van ambulante begeleiding vanuit het speciaal onderwijs, was voorheen exclusief voor rugzakleerlingen beschikbaar. Een voordeel van de nieuwe wet is nu dat deze ondersteuning voor veel meer leerlingen ingezet kan worden. De andere kant is echter dat dit betekent dat er daardoor per leerling minder tijd beschikbaar is.

Vroegtijdig stadium bijsturen

Vanuit de ambulant begeleiding is merkbaar dat waar hulp voorheen alleen ingezet werd  op de leerlingen met zware zorg er nu ook veel vragen zijn rondom leerlingen met mildere problematiek. Om te voorkomen dat er voor te veel leerlingen een beroep wordt gedaan op een externe deskundige is het dus van belang dat scholen problemen bij leerlingen in een vroegtijdig stadium bijsturen of liever nog, voorkomen.

Methodes voor goed gedrag

PBS piramide voor goed gedrag

bron: Schoolwide positive behavior support (SWPBS)

Naast het aanbieden van rekenen, taal en lezen is het dus van belang om expliciet aandacht te bieden aan het aanleren van goed gedrag en sociale vaardigheden. Een goede basis aanpak voorziet 90% van de leerlingen van de ondersteuning die ze nodig hebben. Methodes als School Wide Positive Behavior Support voor het aanleren van goed gedrag, Kwink voor het aanleren van goede sociale vaardigheden en Goed Gedrag voor gedragsregels kunnen hierbij helpen. Ook het inzetten van intervisie of collegiale consultatie kan een goed middel zijn.

Genoeg begeleidingsruimte per leerling

Bij de 10 % leerlingen die ondanks een goede basis aanpak toch meer ondersteuning nodig hebben kan een extra aanpak worden geboden in kleine groepjes. Hierbij kan als het nodig is een expert van buitenaf ondersteuning bieden. Bij de enkele leerling waarbij blijkt dat er intensievere hulp nodig is komt de externe expert begeleiden.

Op die manier zorg je als school ervoor dat het bankje met zorgleerlingen niet te vol wordt en dat er dus genoeg begeleidingsruimte per leerling overblijft.

Wet passend onderwijs in de klas

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Deel viaTweet about this on TwitterShare on Facebook
Geen categorie

Wie ziet mij?

Lynette de Ruijter – redacteur

Dinsdagmiddag. Ik wil niet kijken naar de tijd rechtsboven op mijn computerscherm, maar weet precies hoe laat het is. Iets na vijven. En dat betekent dat ik te laat ben. Om vijf uur had ik de computer moeten afsluiten, mijn hardloopkleding moeten aantrekken en vrolijk een rondje moeten gaan hardlopen. Maar ik heb geen zin. Ik denk dat het niet het goede moment is. Ik vind dat ik te moe ben. Ik verzin dat ik morgen…

Schema

stopwatch

Om kwart over vijf loop ik dan toch in mijn zwarte broek en knaloranje jack op paarse schoenen buiten. Mijn schema zegt twintig minuten achter elkaar hardlopen. Mijn lijf schreeuwt dat ik terug naar huis moet om op de bank neer te ploffen.
In mijn hoofd klinkt de stem van mijn hardloopjuf. ‘Het maakt niet uit of je je aan het schema kunt houden. Maar loop! Doe wat je kunt, Lynette.’
Ik start. Voorzichtig. Rustig. Wie weet komt zo de ‘runners high’ en ren ik moeiteloos die twintig minuten vol.
‘Concentreer je op je ademhaling,’ hoor ik mijn hardloopjuf weer zeggen. ‘Rol je voeten goed af. Dat voorkomt blessures. Als het zwaar is, ga dan langzamer.’

Hardloopjuf

Na dertien minuten ploeteren, moet ik echt stoppen. Mijn ademhaling schuurt in mijn luchtpijp. Mijn benen verzuren verschrikkelijk. Ik ben nog niet halverwege mijn rondje.
De opluchting die het stoppen zou moeten geven, blijft uit. Het duurt nog heel lang voor ik thuis ben. Blijf ik wandelen?
‘Probeer in ieder geval je hardloopminuten te maken. Ook als je tussendoor een keer moet stoppen.’ De juf blijft maar aanwijzingen geven in mijn hoofd. Ik vertrouw haar. Ze is professioneel en gebrand op blessurevrij hardlopen. Al haar kennis en kunde heb ik opgeslagen voor momenten als deze.

Zeven minuten

Lynette de Ruijter ' houdt' van hardlopen

Ik besluit de zeven hardloopminuten die ik nog moet maken in twee stukken te hakken. Eerst vier en na een minuut wandelen nog drie.
Rustig begin ik weer. Na minder dan een minuut kijk ik al op mijn horloge hoever ik ben. Teleurgesteld kijk ik voor me. Daar lopen een man en vrouw en kind en hond. Ik kom langzaam dichterbij. Ondertussen bedenkend dat ik ook helemaal kan stoppen. Misschien moet ik maar accepteren dat het vandaag gewoon niet lukt. Dan herken ik de man die voor me loop.

“Als het zwaar is, ga dan langzamer.”

Het is Xander de Buisonjé. Met bloedmooie vrouw, kind en hond.
Ik controleer mijn houding en buig mijn bovenlichaam verder naar voren. Dat is een actievere loophouding. Mijn voeten rol ik van hak tot teen zorgvuldig af. Het zweefmoment probeer ik mooi lang te maken. Ze horen mij nu aankomen. ‘Maak eens ruimte voor die snelle mevrouw,’ zegt Xander en maant zijn zoon aan de kant te gaan.
Nonchalant zegt ik: ‘Hoi!’ en ren voorbij.

Stoppen?

Zonder dat het opvalt spiek ik op mijn horloge. Tweeënhalve minuut. Geen haar op mijn hoofd die nu aan stoppen denkt. Zo elegant mogelijk maak ik de vier minuten vol. Dan ben ik uit hun zicht en ga een minuutje wandelen.finish
Hoe knerp ik die laatste drie minuten er nog uit? denk ik. Ik begin maar gewoon. Er komt me een wandelaar tegemoet. Bij het langslopen zegt hij: ‘Goed bezig.’
Ik lach dankbaar. Het compliment geeft me de brandstof voor die laatste drie minuten.
Moe maar voldaan kom ik thuis. Het is me gelukt. Dankzij de instructieve lessen van mijn bevlogen hardloopjuf én toevallige passanten die me stimuleerden om het geleerde in de praktijk te brengen.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Deel viaTweet about this on TwitterShare on Facebook
Sociaal-emotioneel leren

Heksensoep en helikopterouders

Het groene schoolplein als oefenplaats voor sociaal gedrag

Door Ger Luttels, zelf leerkracht en redacteur Kwintessens

Het groene schoolplein

Kleddernatte T-shirts, moddervegen op gezichtjes en rode schrammen op de armen. Zo kunnen onze kinderen eruitzien als schoolpleinen worden omgetoverd tot groene speelplaatsen. Tegels en stenen muurtjes maken plaats voor struiken, zand, boomstammen en waterpartijen. Kinderen leren meer en beter leren in een natuurlijke omgeving. Spieren worden geactiveerd, creativiteit wordt geprikkeld. Riviertjes worden aangelegd en meteen weer omgelegd en met bladeren wordt heksensoep gekookt. Op enkele honderden scholen in Nederland wordt dit recept inmiddels al toegepast onder de noemer ‘het groene schoolplein’.

“Spieren worden geactiveerd, creativiteit wordt geprikkeld.”

Beter leren na buitenspelen

De Petrusschool in Rijswijk heeft al een groen schoolplein, met o.a. moestuinen

De Petrusschool in Rijswijk heeft al een groen schoolplein, met o.a. een moestuin

Het is even wennen, voor de kinderen en de leerkrachten. Maar vooral voor ouders die niet happig zijn op vieze kleren of bang zijn voor uitglijders en valpartijen. Toch werkt het. Onderzoeken geven aan dat kinderen beter leren na het buitenspelen. Ze worden niet alleen fysiek actief, maar ook sociaal-emotioneel. Er moet onderhandeld worden over wie wanneer op welke boomstam mag klauteren en wie daarbij mag of zelfs moet helpen. En er is minder ruzie omdat kinderen er zelf onderling eerder uitkomen.

WAK-model

Het groene schoolplein past in een bredere ontwikkeling van meer risico’s durven nemen, niet te bang zijn en grotere zelfstandigheid in opvoeding en onderwijs. Kinderen moeten hun neus kunnen stoten en fouten mogen maken. Kinderen moeten, bijvoorbeeld in conflictsituaties, zelf leren ontdekken wat werkt: weglopen, aanpakken of knokken (WAK-model).

Het groene schoolplein

Bron: Anmec.nl

Ruzies, pijn, teleurstellingen: ook dat hoort allemaal bij het leven. En daarmee zul je moeten leren omgaan. Met helikopterouders die hun kind het liefst overal en tot in het extreme willen volgen en beschermen, zijn kinderen waarschijnlijk slechter af.
Heeft de pedagoog die roept ‘Gevaar is goed!’ dan gelijk? Och, ook een heksensoep wordt nooit zo heet gegeten als zij wordt opgediend.

Tip: SEL, sociaal-emotioneel leren als basis

Kinderen die sociaal-emotioneel goed in hun vel zitten gaan ook beter rekenen, lezen en schrijven. In het boek ‘SEL, sociaal-emotioneel leren als basis’ maakt gedragsdeskundige dr. Kees van Overveld aan de hand van concrete, herkenbare schoolsituaties duidelijk hoe je als team systematisch met SEL aan de slag kunt gaan. SEL werkt preventief en draagt bij aan een positieve en veilige sfeer op school. Ook het hierboven genoemde WAK-model wordt in dit boek beschreven en toegepast.

SEL

Het boek SEL is een aanrader voor alle leerkrachten in het basisonderwijs

Het boek van Kees van Overveld SEL. Sociaal-emotioneel leren als basis is verkrijgbaar in de webshop van Kwintessens voor € 19,95. Voor meer informatie klik hier

 

Deel viaTweet about this on TwitterShare on Facebook
Afscheid groep 8

Muziek in De Geheugenkliniek

Bij de afscheidsfilm voor groep 8 De Geheugenkliniek hoort natuurlijk filmmuziek. Gerard van Amstel is componist/arrangeur bij Uitgeverij Kwintessens en bedenkt en maakt de muziek. Hoe kwamen de muziekfragmenten voor deze afscheidsfilm tot stand? Lees het hieronder en beluister de muziekfragmenten hier.

Filmmuziek De Geheugenkliniek

Door Gerard van Amstel – Componist/arrangeur

Muziek bij De Geheugenkliniek

Gerard van Amstel aan het werk in zijn muziekstudio voor De Geheugenkliniek


Filmmuziek versterkt de emoties van de acteurs en de sfeer in de verschillende scènes van de film. Dat kan op verschillende manieren worden gedaan. Bij spannende scènes hoor je vaak lage lange noten of spetterende snelle brassklanken. Maar het werkt ook met heel weinig notenmateriaal. Een mooi voorbeeld van weinig noten is in de film’ Jaws’. Slechts twee noten maken het ontzettend spannend. Luister hier dat spannende muziekfragment.

“Filmmuziek versterkt de emoties van de acteurs”

Muziek afstemmen op scènes

Het maken van filmmuziek voor de afscheidsfilm De Geheugenkliniek was heel bijzonder. Er was immers geen beeld. Gelukkig geeft het script dan voldoende informatie om muziek te maken die past bij de scène die op dat moment gespeeld gaat worden. Alleen de timing wordt nog een dingetje. Je hebt namelijk geen idee hoe lang zo’n scène kan gaan duren. Iedereen interpreteert dat weer anders.

Eigen muziek?

Natuurlijk kun je er voor kiezen om eigen muziek te maken. Als er toevallig kinderen in de klas zitten die een instrument spelen dan is dat natuurlijk heel leuk. Of misschien kan de leerkracht of een ouder dit ook. Je kunt dan de  muziek precies zo lang maken als nodig is. De bijgeleverde muziek is natuurlijk zeer bruikbaar, maar kan ook een handleiding zijn voor eigen muziek. Je kunt natuurlijk ook andere bestaande muziek zoeken en er onder monteren.

Eenheid in De Geheugenkliniek

De muziek die ik gecomponeerd heb bij De Geheugenkliniek hoort natuurlijk bij deze specifieke afscheidsfilm voor groep 8. Natuurlijk verschillen ze qua sfeer, maar er is wel gestreefd naar eenheid. Dat geeft dan ook weer de nodige rust. Filmmuziek moet sfeer versterken, maar mag absoluut niet overheersen. Het ondersteunt het geheel. Aan het eind van de film is ook nog een slotlied geschreven. Deze muziek is ook weer een eenheid met de rest van de muziek: het is in dezelfde stijl gemaakt.

“Filmmuziek moet sfeer versterken, maar mag absoluut niet overheersen.”

Resultaat afscheidsfilm

Muziek uit De Geheugenkliniek

Op www.degeheugenkliniek.nl kun je alle fragmenten luisteren en als MP3 downloaden

Ik ben als componist erg nieuwsgierig naar de verschillende resultaten.  Sturen jullie je films naar ons? Dat kan naar nieuws@kwintessens.nl of upload hem na de afscheidsavond op Youtube.

Heel veel plezier met het maken van De Geheugenkliniek!

Gerard van Amstel
Componist/arrangeur

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Deel viaTweet about this on TwitterShare on Facebook
In de klas

Spanning rond de Cito-toets

Cito-toets: de waarheid over heroverweging

Door Paul Bergman, beheerder BureauBijles.nl en voormalig intern begeleider/ remedial teacher

Met de verplaatsing van de Cito-toets van februari naar april zou de score van de Cito-toets minder bepalend zijn voor het vervolgonderwijs. De onderbouwde visie van de leerkracht en intern begeleider zouden daarbij weer leidend zijn. Maar hoe zit het nu echt?

Het schooladvies en de Cito-toets

Cito-toets voorbereidenZo aan het einde van het jaar (november, december) begint het schooladvies voor een leerling vorm te krijgen. De leerkracht van groep 8 overlegt met de leerkracht van groep 7, vaak ook nog met de intern begeleider en vormt een advies voor een leerling. Er wordt gekeken naar werkhouding, de scores van Cito-toetsen conform het leerlingvolgsysteem, methodetoetsen, de Entreetoets in groep 7 en zaken als huiswerkattitude, werkverzorging, motivatie. Zo vormt zich een advies: van vmbo basis tot vwo gymnasium. Dit advies wordt aan ouders en leerlingen medegedeeld en deze kunnen vervolgens op zoek naar een passende middelbare school.

In principe is er weinig discussie over het schooladvies. De basisschool heeft de touwtjes in handen en bepaalt. In sommige gevallen wordt een advies samen met ouders bepaald, bijvoorbeeld wanneer de school zelf twijfelt. Maar in verreweg de meeste gevallen bepaalt de basisschool het schooladvies en neemt de middelbare school dat aan. Het is dus zinloos om met een vmbo-advies een kind aan te melden voor een havo-klas.

Bescherming van kinderen

De Cito Eindtoets – of eigenlijk: de centrale eindtoets, want Cito is niet meer de enige eindtoets op de markt – heeft in het schooladvies niets meer in de pap te brokkelen. Daarmee was het idee dat kinderen beschermd zouden tegen de toetsterreur. De Cito-score wordt niet meer meegenomen in het schooladvies.
Maar in de praktijk pakt het toch anders uit. Trainen voor een Cito-toets kan nog zinvol zijn, zeker als er gekeken wordt naar de heroverweging.

Heroverweging van het schooladvies

Wanneer een kind bijvoorbeeld vmbo-advies krijgt en ouders het daar niet mee eens zijn, kan een hogere Cito-score alsnog leiden tot een hogere plaatsing in het voortgezet onderwijs. Want wanneer een kind met een vmbo-advies toch echt havo-niveau scoort op de Cito-toets, kan door de basisschool het advies heroverwogen worden.
Kinderen zijn al aangemeld en aangenomen op het vervolgonderwijs, maar intern kunnen zij nog wisselen van klas. Zo kan een vmbo-leerling alsnog naar een havo-klas gaan. Andersom gebeurt het eigenlijk niet (een lagere Cito-score dan het schooladvies leidt niet tot heroverweging).

Waar doe je verstandig aan?

Heroverweging CitoWat is nu verstandig: wel of niet oefenen voor de Cito-toets, wel of niet trainen en zorgen voor een hogere score? Het ligt een beetje aan de situatie en aan het kind. Natuurlijk kunnen scholen het – om wat voor reden dan ook – verkeerd zien of inschatten. Bijvoorbeeld als een kind nog maar kort op school zit, zijn scholen vaak erg voorzichtig in hun advies en zetten ze liever wat lager in. Op die manier proberen ze te voorkomen dat een kind te hoog geplaatst wordt.

Helaas wordt er veel misbruik gemaakt van oefenmateriaal voor de Cito-toets. Ouders hebben het idee dat kinderen met een heroverweging alsnog een hoger niveau kunnen krijgen. Wanneer de basisschool hierin meegaat (wat zeker niet altijd het geval is) zal dat ertoe leiden dat een leerling die altijd vmbo heeft laten zien, toch in een havo-klas wordt geplaatst. Het gevolg daarvan laat zich raden: de leerling heeft heel hard geoefend om te pieken op één moment en kan dat nauwelijks volhouden.

Traumatisch

Havo is te hoog gegrepen en binnen een paar maanden besluit de middelbare school het kind alsnog terug te zetten in het vmbo. Dat kan voor kinderen traumatisch zijn. Ze moeten afscheid nemen van hun klas, maar hebben ook het gevoel van “falen”. Spijtig genoeg zien veel ouders dat niet in.
Oefenen voor de Cito-toets is echter niet slecht, mits je er de goede motieven voor gebruikt. Zo is bekend dat de vraagstelling op Cito-toetsen en andere eindtoetsen anders is dan wat kinderen gewend zijn op school. Er zitten veel redactiesommen (verhaaltjessommen) in deze toetsen, terwijl kinderen kale sommen gewend zijn. Ze moeten dus begrijpend kunnen lezen om de juiste som uit een opgave te halen.

Al dat soort zaken kunnen reden zijn om van tevoren een Cito-toets in te kijken. Het voorkomt stress en spanningen bij kinderen als ze weten wat er gaat gebeuren. Echter, oefenen om een heroverweging af te dwingen bij de basisschool, zal uiteindelijk een kind niet gelukkiger maken.

Natuurlijke groei

Veel beter is het om als ouder de natuurlijke groei van kinderen af te wachten. Het Nederlandse onderwijssysteem zit heel mooi in elkaar. Zo mooi dat je vanuit vmbo basis alsnog de universiteit zou kunnen bezoeken. Je doet er dan misschien een paar jaar langer over, maar komt er wel doordat je er zelf aan toe bent en voor leert.
Het zou mooi zijn als die natuurlijke groei wat meer onder de aandacht wordt gebracht, want dat is waar kinderen het uiteindelijk van moeten hebben.

Hoger schoolniveau?Cito-toets onder de loep

Het oefenen van de Cito kan nog steeds helpen om een hoger schoolniveau te verkrijgen. Niet meer binnen het door de basisschool af te geven schooladvies, maar wel door middel van de heroverweging. Bekijk deze pagina voor meer informatie rondom de Cito.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Deel viaTweet about this on TwitterShare on Facebook